Bouw en verbouwing

Het fort werd eind 19e eeuw ontworpen en gebouwd. De Geniedijk langs het fort werd 1894 voltooid. Na jaren van leegstand kwam rond van buurtbewoners rond 1990 het initiatief tot renovatie. De verbouwing van het fort duurde tot 2005. Het ontwerp van de houten atelierwoningen naast het fort werd 2001-2005 verzorgd door Woltjer Berkhout architecten in Haarlem, die ook de verbouwing van de militaire opslagloods 2014-2016 afrondden.

Bouw van het Fort bij Vijfhuizen

Na het vaststellen van het tracé van de stelling was onteigening en aankoop van de benodigde grond een eerste stap. De oudste stukken daarover dateren van de zomer van 1885. Op 5 juni van dat jaar vroeg de Genie bij het kadaster Haarlem het kadastrale plan aan van de grond waarop men het fort zou willen bouwen.

Gezien de plattegrond leek het ontwerp sterk op het eerder gebouwde fort bij Abcoude. Het zou als voorbeeld moeten dienen voor de reeks forten van de stelling maar het ontwerp bleek niet bestand tegen de combinatie van zwaarder geschut met brisantgranaat. De bastionvorm, gebaseerd op de forten uit de Nieuwe Hollandse Waterlinie, had een hoge trefkans en het zware metselwerk samen met het gebruikte brikkenbeton was te zwak.

De bouw van de fortenreeks werd stil gelegd en ingenieurs van de Genie gingen aan het werk om een nieuw ontwerp te maken dat beter verdedigbaar zou moeten zijn en bestand tegen de nieuw ontwikkelde wapens en munitie.

Men besloot toch te beginnen met de zandophogingen als ondergrond voor de te bouwen forten. Een eerste ontwerp voor Vijfhuizen is van 27 november 1888. Hierin is de uiteindelijke vorm van het fort al wel te herkennen. In 1889 volgt de aanbesteding en wordt de ophoging uitgevoerd. Het zand wat men daarbij gebruikte kwam vrij bij de aanleg van de sluizen bij IJmuiden.

Pas in het voorjaar 1893 was er, met de aanbesteding van een verdedigbaar aardwerk, weer enige activiteit te bespeuren. Kaart en bestektekening dateren van mei 1894 waarmee uitvoering werd gegeven aan het zogenaamd “Klein Plan” wat in 1892 door de minister van Oorlog was vastgesteld. Hij had daarvoor twee redenen:

  • Men kon het binnen de politiek niet eens worden over de financiering van de stelling.
  • De ingenieurs van de Genie hadden nog geen definitief ontwerp voor de bomvrije gebouwen.
  • Vanwege de weinig stabiele internationale verhoudingen in die tijd was het van belang toch enige vorm van verdediging te hebben.

Tegelijk met het aanleggen van de verdedigbare aardwerken waren ook de werkzaamheden die verband hielden met de inundatie van de Haarlemmermeerpolder in volle gang. De Geniedijk die het noordelijk deel van de polder droog moest houden, werd in 1894 voltooid. Hij kreeg dezelfde hoogte als de ringdijk rond de polder. De dijk functioneerde daardoor niet alleen als keerkade voor het inundatiewater aan de zuidkant maar hij gaf ook dekking aan het (militaire) verkeer op de weg die aan de noordkant van de dijk was aangelegd.

Kort na de aanvang van de bouw werd het ontwerp op een belangrijk onderdeel gewijzigd. Men was het niet eens over de plaats van het geschut dat het droogblijvende deel tussen de Spieringweg en de Ringvaart moest verdedigen. In eerste instantie zouden de onderstellen voor het geschut worden geplaatst in de vleugeluiteinden. Op de tekening staan de betonnen gebouwtjes los van het hoofdgebouw. Dit om geen last te hebben van de zware trillingen als met de kanonnen zou worden geschoten.

In het najaar van 1897 moet zijn besloten tot het bouwen van twee geheel vrijstaande ronde betonnen geschutskoepel gebouwen verzonken in de frontwal.

In de vleugeluiteinden komen nu 3 kleinere kamers voor soldaten die alsnog worden verbonden met het hoofdgebouw door een dikke betonnen daklaag, rustend op ijzer spoorstaven en een betonnen achterwand. De zo ontstane portalen blijven aan de voorzijde open.

Na het gereedkomen van de bomvrije gebouwen krijgt het fort zijn camouflerende en karakteristieke zanddekking en wordt de rest van het aardwerk aangelegd.

Het fort bij Vijfhuizen was de eerste in een reeks forten volgens het model A zoals die tot 1906 werden gebouwd. Bij de bouw moesten een aantal bouwtechnische zaken proefondervindelijk worden vastgesteld. Behalve het zoeken naar een goede plek voor het (hef)koepelgeschut werd onderzoek gedaan naar het draagvermogen van de grond in de funderingsputten van de zandophogingen. Het betrof de forten bij Vijfhuizen, Velsen, Sint Aagtendijk en Veldhuis. De militaire ingenieurs gingen er vanuit dat het zand voldoende draagkracht zou hebben. Nog tijdens de bouw in Vijfhuizen bleek hun ongelijk, en vertoonde de keelkazematten met daarin het flankerend geschut, tekenen van verzakking. Daarom besloot men de volgende forten te onderheien en werden de waterkelders, die in Vijfhuizen onder de zanddekking van het hoofdgebouw liggen, direct onder het hoofdgebouw aangelegd.

(Politiek gesteggel over de financiering leidde na het gereedkomen van de eerste 14 forten van het model A tot een bouwstop. Deze periode werd door militaire ingenieurs gebruikt om het oorspronkelijke ontwerp aan te passen aan de veranderde militaire inzichten. Zo werd de veiligheid verbeterd door de betonnen geschutskoepel gebouwtjes vanuit het fort bereikbaar te maken via bomvrije gangen. Ook werd meer en meer gebruik gemaakt van mitrailleurposten zodat met een kleinere bezetting en compact fort kon worden volstaan.)

(Bronnen: Artikel Het Fort bij Vijfhuizen Frank Denys en Reinout Rutte, Website Stelling van Amsterdam, Wikipedia, etc.)